Wat de Reynderstaks is
De Reynderstaks — officieel artikel 19bis WIB92 — belast aan 30 % de rentecomponent van de winst die u realiseert bij de verkoop, inkoop of vereffening van deelbewijzen van een fonds dat voor meer dan 10 % in schuldvorderingen belegt. Die rentecomponent is het belastbaar inkomen per aandeel of TIS: het deel van uw winst dat fiscaal als interest geldt in plaats van als meerwaarde. Obligatie-ETF's en gemengde fondsen zijn de typische kandidaten; een fonds zonder noemenswaardig schuldpapier haalt de drempel niet.
Waarom iedereen schreef dat ze zou verdwijnen
In april 2025 verscheen een veel geciteerd commentaar bij een voorontwerp van de meerwaardebelasting, waarin de taks zou verdwijnen zodra de nieuwe belasting in werking trad. Het kantoor achter dat commentaar trok die lezing in juli 2025 zelf weer in — maar tegen dan stond "de Reynderstaks verdwijnt" al overal, en veel van die artikels staan er vandaag nog.
De aangenomen wet van 6 april 2026 (Belgisch Staatsblad van 21 april 2026, met uitwerking vanaf 1 januari 2026) zegt iets anders. Ze noemt artikel 19bis nergens, en de wijzigingsindex van het WIB92 op Justel vermeldt geen enkele wet van 2025 of 2026 die eraan raakt. Wat de wet wél doet: artikel 10 voegt artikel 96/2, eerste lid, 6° WIB92 in, dat inkomsten die al als roerend inkomen belastbaar zijn, vrijstelt van de meerwaardebelasting. Dat is coördinatie tussen de twee heffingen — geen afschaffing van de oudste.
Hoe de twee heffingen samengaan
Circulaire 2026/C/74 van 22 juli 2026 (randnummers 201–204, raadpleegbaar op Fisconetplus) legt de volgorde vast:
- Bereken eerst de Reynderstaks: de rentecomponent (TIS) aan 30 %.
- Trek die grondslag van de gerealiseerde meerwaarde af.
- De rest valt onder de meerwaardebelasting van 10 % — en enkel op die restschijf komt de jaarlijkse vrijstelling van € 10 000 in mindering.
Publiceert het fonds geen TIS, dan valt de berekening terug op een verdeling volgens de activatest (het aandeel schuldvorderingen van het fonds); is ook dat cijfer er niet, dan wordt de volledige meerwaarde aan 30 % belast — en blijft er niets over voor de 10 %.
Een uitgewerkt voorbeeld
U verkoopt in 2026 een gemengd fonds. De gerealiseerde meerwaarde bedraagt € 15 000 (gerekend vanaf de step-upwaarde van 31 december 2025 voor deelbewijzen van vóór 2026), waarvan € 4 000 rentecomponent volgens de TIS-cijfers van het fonds. U realiseert dat jaar verder niets.
- Reynderstaks: € 4 000 × 30 % = € 1 200.
- Restschijf: € 15 000 − € 4 000 = € 11 000.
- Vrijstelling, enkel hier: € 11 000 − € 10 000 = € 1 000.
- Meerwaardebelasting: € 1 000 × 10 % = € 100.
Samen € 1 300, en geen euro die twee keer wordt belast. Wie de Reynderstaks negeert, rekent (€ 15 000 − € 10 000) × 10 % = € 500 — een cijfer dat tegelijk het 10 %-been overschat (€ 500 in plaats van € 100) én de heffing van € 1 200 volledig mist.
Wat dit betekent als u zo'n fonds aanhoudt
Eén verkoop kan dus twee heffingen dragen, elk op haar eigen schijf. Welke referentie beslist of uw fonds meedoet, is de activatest: meer dan 10 % schuldvorderingen. Voor deelbewijzen gekocht vóór 1 januari 2018 gold een drempel van 25 % — of die oudere grens ongewijzigd doorwerkt onder de regeling van 2026, en of ze per aankooplot wordt getoetst zodat éénzelfde fonds voor het ene lot wél en het andere niet in het toepassingsgebied valt, hebben wij nog niet bevestigd gezien.
Voor het 10 %-been verandert er verder niets aan wat elders al beschreven staat: wie in opt-out zit of bij een buitenlandse broker belegt, rekent en declareert zelf.
Wat Belfolio vandaag wel en niet berekent
Belfolio berekent het 19bis-been nog niet: daarvoor zijn TIS-cijfers per fonds nodig, en die bestaan niet als open dataset. Zolang dat zo is, toont de calculator een meerwaardecijfer over de verkoop van zo'n fonds niet als vaststaand, maar met de reden erbij: de 10 %-grondslag is dan overschat en er ontbreekt een heffing van 30 %.
Welke fondsen in het toepassingsgebied vallen, cureren wij fonds per fonds, met bron en datum. De pagina's per fonds tonen de stand per ISIN — ook "onbekend" wanneer dat het eerlijke antwoord is.
Nog te bevestigen. Of de 25 %-drempel voor deelbewijzen van vóór 2018 ongewijzigd doorwerkt onder de regeling van 2026 en per lot wordt getoetst, en welk statuut elk afzonderlijk fonds precies heeft, is op het moment van schrijven niet bevestigd. De curering per ISIN loopt; behandel elk cijfer dat op die punten steunt als onzeker.
Controleer uw cijfers
Belfolio toont deze berekening ter informatie. Dit is geen fiscaal advies. Controleer uw situatie bij de FOD Financiën of uw boekhouder vóór u aangifte doet.
Gepubliceerd op 3 sep 2026
Veelgestelde vragen
- Is de Reynderstaks afgeschaft nu de meerwaardebelasting er is?
- Nee. De wet van 6 april 2026 noemt artikel 19bis WIB92 nergens; de taks bestaat onverkort verder. Bij de verkoop van een fonds in haar toepassingsgebied wordt eerst de rentecomponent aan 30 % belast en valt de meerwaardebelasting van 10 % op de rest.
- Betaal ik dan twee keer belasting op dezelfde winst?
- Nee. Volgens Circulaire 2026/C/74 wordt de grondslag van de Reynderstaks van de meerwaarde afgetrokken vóór de 10 % wordt berekend. Elke euro van uw winst valt zo in precies één schijf: ofwel de 30 %, ofwel de 10 %.
- Geldt de vrijstelling van € 10 000 ook voor de rentecomponent?
- Nee. Volgens de circulaire bereikt de jaarlijkse vrijstelling enkel de schijf die onder de 10 % valt. Op de rentecomponent staat de volle 30 %, hoe klein uw totale meerwaarde ook is.