Drie tarieven, drie plafonds
De taks op de beursverrichtingen — de beurstaks of TOB — kent drie tarieven: 0,12 %, 0,35 % en 1,32 %. Elk tarief heeft bovendien een plafond per verrichting, waardoor de taks op een grote order niet onbeperkt meestijgt:
| Tarief | Plafond per verrichting | Bedrag waarop het plafond bereikt wordt |
|---|---|---|
| 0,12 % | € 1 300 | € 1 083 333,33 |
| 0,35 % | € 1 600 | € 457 142,85 |
| 1,32 % | € 4 000 | € 303 030,30 |
De rechterkolom is louter de rekenkundige omzetting van de andere twee: pas boven dat transactiebedrag bijt het plafond. Voor het gros van de particuliere orders is het plafond dus zonder gevolg, en telt enkel het tarief.
Het plafond geldt per verrichting, niet per maand en niet per aangifte. Tien orders van € 50 000 leveren tien afzonderlijke berekeningen op.
Welk tarief wanneer geldt
Voor fondsen en trackers hangt het tarief van twee kenmerken samen af: is het fonds in België geregistreerd, en is de aandelenklasse kapitaliserend of distribuerend?
| Registratie | Aandelenklasse | Tarief |
|---|---|---|
| België | kapitaliserend | 1,32 % |
| België | distribuerend | 0,12 % |
| EER, niet België | beide | 0,12 % |
| Buiten de EER | beide | 0,35 % |
Het tarief van 1,32 % vereist dus beide voorwaarden tegelijk. Een kapitaliserende klasse van een fonds dat niet in België geregistreerd is, valt niet onder 1,32 %; een in België geregistreerd fonds waarvan u een distribuerende klasse koopt, evenmin.
Dat is een correctie op een lezing die lang circuleerde, waarbij het tarief werd afgeleid uit één enkel kenmerk — hetzij "Belgisch fonds", hetzij "kapitaliserend". Geen van beide volstaat op zich.
Registratie is niet hetzelfde als domicilie
Dit is de meest kostelijke verwarring in het hele onderwerp.
Registratie betekent dat het fonds bij de FSMA is geregistreerd voor verhandeling in België. Domicilie is het land waar het fonds gevestigd is, en dat leest u af uit de eerste twee letters van de ISIN-code.
Die twee vallen niet samen. Een ETF met een Iers domicilie — een ISIN die met
IE begint — is heel vaak in België geregistreerd. Is die ETF bovendien
kapitaliserend, dan geldt 1,32 %, ondanks het Ierse domicilie.
Daaruit volgt iets ongemakkelijks: het tarief is niet uit de ISIN af te leiden. Elke berekening die het tarief uit het ISIN-voorvoegsel haalt, geeft voor een deel van de instrumenten het verkeerde antwoord — en het verschil tussen 0,12 % en 1,32 % is een factor elf.
De registratiestatus wordt gepubliceerd door de FSMA en staat vermeld in het essentiële-informatiedocument (KID) van het fonds. Ze moet dus per instrument opgezocht en bijgehouden worden, net als de uitkeringspolitiek. Zolang die status voor een instrument niet bekend is, is het tarief onbekend — en dat is de enige correcte weergave, want de twee kandidaat-antwoorden verschillen elfvoudig.
Het compartimentenquirk
Er is nog een addertje. Veel fondsen bestaan uit meerdere compartimenten. Zodra één compartiment van een fonds in België geregistreerd is, worden alle compartimenten ervan als geregistreerd beschouwd.
Het gevolg: een kapitaliserende klasse kan het tarief van 1,32 % "erven" van een distribuerende zusterklasse die hier wél geregistreerd is — ook al werd die kapitaliserende klasse zelf nooit specifiek in België aangeboden.
Wie enkel naar zijn eigen aandelenklasse kijkt, mist dat verband dus.
Waarom dezelfde ETF bij twee brokers anders belast wordt
Beleggers merken dit geregeld op: dezelfde ETF, hetzelfde ISIN, en toch rekent de ene broker 0,12 % aan en de andere 1,32 %.
De verklaring zit niet in het domicilie — daarover is iedereen het eens, dat staat in de ISIN. De brokers zijn het oneens over de registratie, en daarmee over de vraag of de eerste rij van de tabel hierboven van toepassing is.
Dat verklaart ook waarom deze classificatie in de praktijk als werkelijk dubbelzinnig te boek staat. Het is geen slordigheid van één partij: het is een kenmerk dat opzoekwerk vereist en dat niet uit een machineleesbaar veld volgt.
Wat dat betekent voor wie zelf aangifte doet: het toegepaste tarief is enkel verdedigbaar op het niveau van de afzonderlijke verrichting. Een maandtotaal zonder uitsplitsing per ISIN en per verrichting laat niet toe om een betwisting over één tarief recht te zetten, want er valt niet uit af te leiden welk tarief op welk instrument werd toegepast.
Een concreet order doorrekenen kan met de simulator beurstaks.
Controleer uw cijfers
De officiële tarieven, plafonds en termijnen staan op de pagina van de FOD Financiën over de taks op de beursverrichtingen.
Belfolio berekent en toont deze bedragen ter informatie. Dit is geen fiscaal advies. Controleer ze bij de FOD Financiën of uw boekhouder vóór u aangifte doet.
Gepubliceerd op 2 jul 2026